1. Bereid de eieren voor.
Breek de eieren in een kleine kom. Voeg een snufje zout, peper en melk of room (indien gewenst) toe. Klop goed tot alles volledig gemengd is en er geen eiwit of dooier meer zichtbaar is. Dit zorgt voor een gelijkmatige garing en een zijdezachte textuur.
2. Verwarm de pan lichtjes.
Zet een koekenpan met antiaanbaklaag of een goed ingevette koekenpan op middellaag vuur. Voeg de boter (of olie) toe en roer om de bodem te bedekken. Laat de boter smelten tot er een beetje schuim ontstaat, maar laat hem niet bruin worden. Hoog vuur is de vijand van zachtgekookte eieren!
3. Kook op laag vuur en langzaam
Giet de eieren erin. Laat ze 10-15 seconden staan tot de randjes beginnen te stollen. Duw vervolgens met een siliconen of houten spatel de gestolde randjes voorzichtig naar het midden met een zachte, vouwende beweging. Kantel de pan zodat de nog niet gestolde eieren naar de randjes kunnen lopen.
Herhaal deze langzame, continue beweging gedurende 2-4 minuten. De eieren moeten een zachte, vochtige klomp vormen, geen droge massa.
4. Trek eraan voordat ze klaar zijn
Haal de pan van het vuur vlak voordat de eieren helemaal gestold lijken; ze garen verder door de resterende warmte. Voeg eventueel kaas toe en strooi deze er de laatste 30 seconden overheen, terwijl je voorzichtig roert tot de kaas gesmolten is.
🕒Tip: Te kort gebakken is beter dan te lang gebakken. De perfecte roereieren zijn luchtig, soms een beetje vloeibaar, en smelten in je mond.
Pagina 2 van 4
